
Arnhem, 22 augustus 2026
Een bijzondere dag, want ik stond voor het eerst niet alleen als atleet aan de start, maar ook als coach. Samen met een van de atleten die ik mag begeleiden, Fleur Kuijper, stond ik aan de start van de halve triathlon van de Gelreman.
Fleur bekroonde haar voorbereiding met een heel mooi resultaat van 5:33:09. Daar kom ik in een apart artikel nog uitgebreider op terug.
Een lastige start
Om 10:00 klonk voor mij het startschot. Waar ik vooraf hardop en duidelijk een doel had geformuleerd, namelijk sub 4:10, voelde ik eigenlijk direct na de start al dat er problemen waren. Na een slepende schouderblessure heb ik in aanloop naar deze wedstrijd niet genoeg kunnen zwemmen, en dat voelde ik ook. Kramp sloeg toe in mijn onderrug en kuit, wat er rond 1600 meter bijna voor zorgde dat mijn race daar al eindigde.
Uiteindelijk kwam ik na 35:46 uit het water, wat natuurlijk niet is waarvoor ik kwam. Maar ook ik weet dat dit niet direct funest hoeft te zijn. Om nieuwe kramp te voorkomen wandelde ik een deel van T1 en trok ik mijn wetsuit rustig uit. Tot mijn ergernis was zelfs dat niet voorzichtig genoeg, want nu schoot de kramp in mijn hamstring.
Op de fiets toch het ritme vinden
Eenmaal T1 uit kreeg ik opnieuw kramp in mijn kuit bij het opstappen op de fiets. Even dacht ik eraan om af te stappen en gewoon te stoppen. Gelukkig heb ik dat niet gedaan.
Na een natte en bochtige start van het fietsonderdeel kwam ik al snel tot de conclusie dat ik ook mijn voeding niet binnen kon houden. Ik probeerde kleine slokjes te drinken, maar ook dat ging heel moeizaam. Gelukkig verdwenen de krampen wel en kwam ik beetje bij beetje in een soort ritme. Nog niet de wattages die ik wilde trappen, maar gelukkig kreeg ik wel een beetje het tempo te pakken.
Met een fietstijd van 2:10:51 kan ik niet direct ontevreden zijn. Wel begon ik me een beetje zorgen te maken over het lopen op een steeds leger rakende tank.
Blijven lopen
T2 ging gelukkig een stuk soepeler en na mezelf wat positiviteit in te praten besloot ik T2 toch uit te lopen op 4:00/km. Verrassend genoeg liep dit soepel, totdat na 3 kilometer uit het niets de kramp in mijn hamstring schoot.
Ook nu had ik er in voorgaande situaties waarschijnlijk de brui aan gegeven. Maar vandaag was ik ondanks alle tegenslag al zo ver gekomen, dus ook nu ging ik niet stoppen. Ik rekte wat, paste mijn pas aan en begon opnieuw te lopen.
Ik bleef de kilometers rond 4:00/km wegtikken, maar omdat ik vrijwel niets kon eten of drinken voelde ik mezelf steeds leger raken. Na 12 kilometer moest ik mezelf iets afremmen om niet compleet op te blazen. Ik zakte terug naar ongeveer 4:10/km en kon het definitieve ontploffen uiteindelijk uitstellen tot het laatste rechte stuk.
De laatste kilometers werkte ik af rond 4:20/km, maar dat voelde een stuk trager en tegelijkertijd zwaarder dan het daadwerkelijk was.
Niet de race waarvoor ik kwam
Met een halve marathon van 1:26:37 en een eindtijd van 4:19:43 moet ik zeggen dat ik mijn doelen niet gehaald heb. Ik kwam voor meer en ik weet ook dat ik beter kan.
Maar ik heb me na weinig wedstrijden zo trots op mezelf gevoeld als na deze. Op zoveel momenten had ik kunnen stoppen, maar ondanks de kramp, nauwelijks voeding en de negatieve spiraal in mijn hoofd heb ik alles eruit gehaald wat er op dat moment in zat.
En dan is een halve marathon van 1:26:37 zo slecht nog niet.
De tijd en uitvoering waren niet waar ik voor kwam. Maar de mentale weerbaarheid die ik deze dag heb laten zien, is misschien wel waardevoller richting wat er nog komt.
Over drie weken staat Almere op het programma.
Season’s not over yet.